Wanneer bewoners en andere belanghebbenden zoals ondernemers kunnen participeren, wordt het proces én de uitkomst ervan ook van hen. Het betrekken zorgt voor een mensgerichte aanpak. In een participatiestrategie werk je uit hoe bewoners en andere belanghebbenden in de wijk gedurende het proces meedenken, meewerken en meebeslissen over de te maken keuzes. Ook werk je uit hoe je participatie wilt faciliteren en stimuleren. Wat zijn de grenzen van de invloed die verschillende doelgroepen hebben op het proces, de inhoudelijke keuzes en de resultaten?
Na dit knooppunt heb je het participatiedoel duidelijk geformuleerd en heb je een plan opgesteld om belanghebbenden te betrekken bij de wijkaanpak.
Het projectteam is verantwoordelijk voor het opstellen en uitvoeren van de participatiestrategie.
Wie hebben er een rol bij de uitvoering van de participatiestrategie? Al die partijen moeten in ieder geval betrokken worden bij het opstellen van de strategie. Ook hierbij geldt dat je samen verder komt dan alleen.
Bijna alle gemeenten hebben niet genoeg capaciteit om het volledige (participatie)proces in goede banen te leiden. In die gevallen kunnen ook andere belanghebbenden met een centrale rol in de wijk (zoals woningcorporaties of bewonersinitiatieven) hier een rol in spelen.
Koplopers en enthousiastelingen uit de wijk kunnen van grote waarde zijn. Zij kunnen een brugfunctie vervullen richting andere bewoners. Zorg er wel voor dat er ook ruimte blijft voor inbreng van andere bewoners, want de meningen van koplopers zijn niet altijd representatief voor de rest van de wijk.
Maak duidelijk wat je met een participatiestrategie wil bereiken. Een concreet doel zorgt voor houvast en richting voor de inhoud van de strategie. Voorbeelden van overkoepelende doelen zijn:
Mensen betrekken bij het democratische proces.
Het verbeteren van de kwaliteit en effectiviteit van een plan.
Het vergroten van draagvlak voor een plan.
Je kunt ook nog concretere doelen toevoegen aan je plan. Wil je bijvoorbeeld dat de wijk samen een keuze maakt voor het duurzame warmte alternatief? Of wil je dat minimaal 75% van de wijk participeert? Wissel in het projectteam expliciet met elkaar van gedachten over de verwachtingen en doelstellingen van het participatieproces, zodat je samen kan zoeken naar de beste invulling.
Niet alle bewoners en ondernemers hebben behoefte op dezelfde manier betrokken te worden. De ene groep wil actief meedenken met de technische aspecten, terwijl een andere groep pas actief betrokken wil zijn als er een concreet voorstel is. Om deze verschillende groepen te betrekken op een manier die bij ze past, probeer je inzicht te krijgen in hun participatiebehoeften. Daarmee vergroot je de kans dat meer mensen willen meedoen met de transitie naar duurzame woningen.
Het uitgangspunt is dat de wensen, behoeften, belangen en meningen van de verschillende groepen worden meegenomen in het participatieproces (diversiteit) en dat niet alleen de actieve bewoners een afspiegeling van de wijk vormen (representativiteit). In de praktijk zijn het vaak blanke, hoogopgeleide mannen van middelbare leeftijd die willen participeren, de zogenaamde ‘usual suspects’. Maar je wilt ook andere groepen bewoners betrekken, zoals jongeren, lager opgeleiden, vrouwen en mensen met een migratieachtergrond. En je wilt ook andere belanghebbenden betrekken, zoals ondernemers en maatschappelijk vastgoed (buurtverenigingen, sportverenigingen, scholen).
Kies vervolgens voor participatievormen die aansluiten bij de verschillende doelgroepen in de wijk. Sommige participatievormen hebben veel voorbereiding nodig. Begin daarom op tijd.
Zorg dat je als projectteam of gemeente scherp krijgt waar belanghebbenden wel of niet over kunnen meedenken of -beslissen. Heeft de gemeenteraad bijvoorbeeld de keuze gemaakt om een wijk aardgasvrij te maken? Dan is dat een randvoorwaarde waar bewoners niet meer over kunnen beslissen. Ze kunnen nog wel meebeslissen over de invulling daarvan. Het moet voor belanghebbenden duidelijk zijn wat hun rol is en waar ze wel en niet over kunnen meebeslissen.
De participatiestrategie moet uiteindelijk goedgekeurd worden door de bestuurders van de gemeente en andere betrokken partijen. Denk hierbij aan de wethouders of de directie van betrokken woningcorporaties. Dit gebeurt in Fase 3. Door deze bestuurders al te betrekken bij het opstellen van de participatiestrategie, wordt dat slechts een formaliteit.
Betrek bewoners en andere belanghebbenden zo vroeg mogelijk in het proces van de wijkaanpak, zodat ze echt invloed kunnen uitoefenen. Dit is essentieel voor een effectief proces, ongeacht wie of wat de initiatiefnemer in de wijk is. Het is daarbij belangrijk om belanghebbenden niet in autonomie te beperken. Op die manier komt er ruimte voor het belang van de ander.
Zijn er spanningen tussen bewoners en de gemeente? Overweeg dan een onafhankelijke organisatie in te schakelen voor het eerste gesprek met bewoners over de wijkaanpak. Deze partij kan spanningen bespreken, waardoor er weer ruimte komt voor samenwerking.
Inventariseer weerstand bij belanghebbenden en erken die. Als ze zich gezien en gehoord voelen, gaat de weerstand vaak al omlaag. Belanghebbenden moeten net als de betrokken ambtenaren of andere betrokkenen de tijd krijgen om vragen te stellen, te wennen aan het idee van een aardgasvrije woning, terug te komen op hun beslissing en steun te ervaren. Maak daarom in het traject voor bewoners tijd vrij voor onzekerheid, zorgen en twijfel. Benadruk dat niemand verplicht wordt om mee te doen. Weerstand is vaak een reactie als een individu zich in vrijheid en keuzes beperkt voelt en is daarom soms tijdelijk.
Vertrouwen bouw je op door als gemeente zichtbaar te zijn in de wijk en langs te gaan bij bewoners en ondernemers. Betrek hiervoor eventueel een ondernemersvereniging. Wees ten allen tijden transparant om vertrouwen in stand te houden.
Energie Samen en Buurkracht haalden binnen een leerprogramma van DuurzaamDoor belangrijke lessen op over het betrekken van de middengroepen en brachten effectieve methodes in kaart om juist die groepen te betrekken.
Voor een overzicht van verschillende participatievormen kun je de website van het NPLW bezoeken.
De Warm(t)e Kermis van TNO helpt om de participatiebehoeften van bewoners in kaart te brengen.
Het Kennisknooppunt Participatie heeft een handreiking over de rol van politici en bestuurders ontwikkeld met praktische handvatten voor het betrekken van politici en bestuurders in participatieprocessen.
Om een wijkaanpak te realiseren, worden ‘techniek’ en ‘geld’ als belangrijke succesfactoren gezien. ‘Menselijk gedrag’ is echter net zo belangrijk. Ons verdiepingsartikel legt uit hoe je de 'Succesfactor Mens' integreert in de wijkaanpak.
Jongeren denken meestal nog niet erg actief mee in participatieprocessen van gemeenten. De flyer Jongerenparticipatie in de energietransitie beschrijft in 3 stappen hoe je jongeren bereikt en betrokken houdt.