Knooppunt

Energieprestatie voor gebouwen bepalen

Gebouwen met een hoge energieprestatie vragen minder warmte. Dit betekent dat er in totaal minder energie geleverd hoeft te worden als een wijk verduurzaamd wordt. Bij een collectief systeem kan dan bijvoorbeeld een groter deel van de wijk op dezelfde bron aangesloten worden en is een lagetemperatuurbron haalbaar. Bijvoorbeeld met elektrische warmtepompen of met lagetemperatuur-warmtenetten op basis van aquathermie of geothermie. In dit knooppunt bepaal je welk energieprestatieniveau de gebouwen moeten krijgen.

Resultaat

Na dit knooppunt is besloten wat de energieprestatie van de gebouwen in de wijk wordt. De organisatorische en financiële gevolgen van deze keuze zijn ook in beeld.

Wie doet wat

  • Het projectteam zorgt dat alle belanghebbenden zoals vastgoedeigenaren en netbeheerder bij elkaar komen om voorwaarden te bespreken. Het projectteam zorgt er ook voor dat de opties en gevolgen doorgerekend zijn of worden. Daarnaast zorgen zij voor ambtelijke goedkeuring indien nodig. 

  • De vastgoedeigenaar en netbeheerder brengen hun gegevens in kaart en denken actief mee over de mogelijkheden en haalbaarheid van de opties. 

Activiteiten

1. Inventariseer de lokale situatie en bepaal de ambitie

De Europese Commissie (EC) wil dat de gebouwde omgeving in 2050 emissievrij is. Daarom stelde zij een richtlijn op om de energieprestatie van gebouwen en woningen in de EU te verbeteren. Deze richtlijn is de Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) IV. In de richtlijn is onder andere opgenomen wat de minimum energieprestatieniveaus van gebouwen moeten zijn. De EPBD IV wordt uiterlijk 29 mei 2026 in Nederlandse regelgeving omgezet.

Op nationaal niveau gelden voor verschillende gebouwen verschillende standaarden:

  • Voor utiliteitsgebouwen geldt de renovatiestandaard. Dit is een landelijke richtlijn voor hoe energiezuinig een gebouw moet zijn na een renovatie.

  • Voor koopwoningen is er een standaard voor isolatie van woningen die aangeeft wanneer een woning goed genoeg is geïsoleerd om aardgasvrij te worden. Met dit isolatieniveau is een woning voldoende geïsoleerd om een laagtemperatuurverwarmingssysteem toe te passen. Het gaat om isolatie én de energieprestatie van het ventilatiesysteem. Een gemeente kan ondersteuning, ontzorging en/of subsidies aanbieden aan woningeigenaren om aan deze standaard te voldoen.

  • Voor huurwoningen geldt energielabel D als minimale ondergrens. Woningen met energielabel E, F of G mogen op termijn niet meer worden verhuurd.

Breng de huidige energieprestatie van de gebouwen in de wijk of buurt in kaart. Dit doe je met de data over energielabels en isolatiewaarden van gevels, daken en vloeren. Identificeer woningen met energielabel E, F en G; deze woningen hebben het meeste baat bij verduurzamen.

Bepaal vervolgens de ambitie en de bijbehorende mogelijke maatregelen (mogelijk is bij het knooppunt 'Ambities voor de wijk formuleren' al een ambitie geformuleerd voor de energieprestatie). Vraag je bijvoorbeeld af welk minimaal energielabel jullie willen en wat voor isolatiemaatregelen jullie gaan nemen.

2. Werk de ambitie samen met belanghebbenden uit 

Nadat de gebouwen en ambitie in kaart zijn gebracht, brengt het projectteam alle belanghebbenden samen:

  • De woningcorporatie(s) en andere vastgoedeigenaren

  • De netbeheerder als er gekozen wordt voor individuele oplossingen 

  • Een bewonersinitiatief met kennis van energie, of een energiecoöperatie 

  • De partij die de berekeningen voor het warmte alternatief maakt 

In het knooppunt ‘Aanpak van vergelijkbare gebouwen elders in kaart brengen’ heb je per gebouwtype de fysieke kenmerken in kaart gebracht.  Dit is het uitgangspunt waarmee gerekend kan gaan worden. Vergelijk de verschillende maatregelen op basis van warmtevraag afname, toekomstbestendigheid, organisatorische haalbaarheid en investeringskosten en terugverdientijd. Probeer vervolgens onderling alvast afspraken te maken over de taakverdeling en verantwoordelijkheden. 

3. Neem de uitkomsten mee in de communicatie richting bewoners

Het ambitieniveau voor de isolatie van de woningen is waardevolle informatie voor bewoners. Ze krijgen hiermee een concreter beeld van wat de wijkaanpak betekent voor hun eigen leefomgeving. Ook is het ambitieniveau bepalend voor onder andere. de verwachte investeringskosten en het toekomstige verhoogde comfortniveau van de woning. 

Tips

  • Bij renovatie wordt vaak gestuurd op een energielabel. Dat is nuttig, maar niet voldoende. Het energielabel is de berekende energieprestatie; niet het werkelijk energiegebruik. Daarom wordt steeds vaker aanvullend gekeken naar werkelijk verbruik per m².

  • Houd bij het vaststellen van de renovatiestandaard rekening met het afbouwen van de salderingsregeling. 

  • Op termijn worden opslagsystemen voordeliger. Deze kunnen ook later worden geïmplementeerd.

Verdieping